Ik heb ongeveer twee jaar gewerkt als wijkagent in de deelgemeente Charlois in Rotterdam. Om precies te zijn in de wijk Historisch Charlois, deze wijk is in het gebied van het wijkteam Oud Charlois-Carnisse. De deelgemeente Charlois in Rotterdam Zuid is een echte volksbuurt. En Historisch Charlois zegt het eigenlijk zelf al, een historische naoorlogse buurt, waar mensen van alle allooi wonen.
Op een dag werd ik benaderd door iemand van de woningstichting die mij vertelde dat er bij hem een klacht was binnengekomen over een bewoonster op een tweede etage aan de ......dijk op huisnummer xx. Er was geklaagd door de benedenburen dat er rare vlekken in het plafond kwamen. Het eerste waar aan gedacht werd waren gewone vochtplekken. In oude woningen gebeurd dat nogal eens. Toen de medewerker van de woningstichting polshoogte was gaan nemen, was de bewoonster van de tweede etage niet thuis. Hij had dus enkel kort gesproken met de bewoners van de eerste etage. Hij wilde echter graag dat ik mee zou gaan als hij naar de bewoonster van de tweede zou gaan. Hij had namelijk het idee dat er iets meer aan de hand was dan “gewone” vochtplekken.
Dus op een lekkere zonnige middag ben ik samen met de medewerker van de woningstichting naar de betreffende woning gegaan. Toen de voordeur van de woning open ging, was mij al snel duidelijk dat er inderdaad iets anders aan de hand kon zijn dan “gewone” vochtplekken. Ik weet niet of u weet hoe een kattenbak na drie dagen kan ruiken, maar hier kwam de lucht van een openbare kattenbak die een maand niet verschoond was, vol in de zon stond en gebruikt is door minimaal vijftien katten, in mijn neus. De bewoonster van de tweede etage wilde ons eerst niet binnen laten. Nadat wij de vrouw hadden toegesproken vanuit het trapgat op de eerste etage, liet zij ons toe in haar woning. Niet dat wij dat graag wilden, maar soms moet je je over dingen heen zetten en dit was zo’n moment.
Binnen zagen wij in de hoek van één van de kamers twee planken rechtop staan zodat de vrouw een vierkant had gemaakt. Dit was één van de kattenbakken in de woning. In deze zelf gefabriceerde kattenbak lag wel kattengrit. Dit grit was door het vele gebruik echter tot een harde klomp geworden. De vloerbedekking rondom deze “kattenbak” was helemaal verkleurd door de doorgelopen kattenpies. Dit was ook precies de plek waar de benedenburen een vochtplek in hun plafond hadden. Wij kwamen dus al snel tot de conclusie dat deze plek niet kwam door een lekkage in de waterleiding. We zagen vijf katten rondlopen, lief maar wel vervuild. De zwarte stippen op de katten bewogen allemaal. Er waren dus duidelijk meer dieren in de kamer dan uitsluitend deze vijf katten. Direct begon het op mijn benen te jeuken.
Uit één van de andere kamers hoorden wij ook kattengeluiden. Toen de deur open ging zagen we drie kattenbakken staan. Deze kattenbakken lagen ook vol met poep en klonten verhard grit. Wij zagen zeker acht katten. Volgens de vrouw moesten het er meer zijn. Maar de andere katten waren een beetje bang voor vreemde mensen. Deze katten vonden elkaar niet allemaal even lief. Twee waren behoorlijk aan het vechten of hun leven ervan af hing. Door een gil, die ook door één van de katten gegeven zou kunnen zijn, probeerde de vrouw de aandacht van de katten te krijgen. Dit lukte niet echt, waarschijnlijk waren zij daar al aan gewend, maar wij schrokken dusdanig omdat we dachten dat één van de katten ons aan ging vallen. Ik pakte snel mijn pepperspray en trok de deur met een harde klap weer dicht. Deze klap was hard genoeg om de katten te laten schrikken. Zij stopten namelijk met vechten. In de hoek van deze kamer, voor het raam, stond een grote luie stoel. In deze stoel lag een slaapzak. Aan de haren kon je zien dat deze slaapzak gebruikt werd door de katten. De vrouw gaf aan dat zij in deze stoel sliep.
De laatste kamer was de slaapkamer. Uit deze kamer kwam het gegrom alsof er een bouvier in de kamer zat die zijn zojuist gekregen bot aan het beschermen was. Toen ik de vrouw vroeg of zij de deur van deze kamer open wilde doen, zei zij dat dat niet kon. Niet omdat de deur kapot was of klemde. De kat die in de slaapkamer zat was dusdanig verwilderd dat hij alles en iedereen die de kamer in kwam direct zou aanvallen. De vrouw sliep al maanden niet in haar eigen bed, maar bivakkeerde al die tijd al in de stoel in de woonkamer. Soms gooide zij iets te eten door een kier van de deur. Uiteraard wilden wij wel eens weten of dat echt zo was. Wij mochten de deur van de slaapkamer wel op een kier doen, maar niet voordat de vrouw zich had verscholen in één van de andere kamers. Door de kier zagen wij op een kast een kat zitten met het formaat van een kleine tijger. Zijn staart had hij goed opgedikt en de haren op zijn hele lijf stonden recht overeind. Ik kan wel zeggen dat ik voor de duivel en zijn grootste broer niet bang ben, maar van deze kat was ik toch echt even onder de indruk. Snel hebben wij de deur weer dicht gedaan. De lucht uit deze kamer overtrof zelfs de vieze lucht die in de rest van het huis hing.
Er zijn in de korte tijd hierna veel mensen bezig geweest om de katten uit het huis van de vrouw te halen en de woning op te knappen. Ook de beneden buren zijn geholpen. Voor de vrouw zelf is een andere woning gezocht waar zij binnen een week, met maar één kat, in kon trekken. Er zijn nieuwe meubeltjes in de nieuwe woning gezet.
Ik vind katten lief, mijn vrouw vindt katten lief, maar wij hebben als huisdier een grasparkiet, dat kunt u misschien wel begrijpen na dit verhaal.
Leuk verhaal. Komt me uiteraard als "oud-wijkagent" heel bekend voor. De omschrijving die ze vroeger gebruikten "verwilderde katten" bestaat die nog?. Denk erom hoe gevaarlijk katten trouwens zijn of kunnen zijn. Zelfs een konijnenkrabbel kan zeker ellende veroorzaken. Ook dat ondervond ik jaren later zelve.
BeantwoordenVerwijderenDan heb je nog mensen die tamme ratten houden of dergelijke met een huis vol kinders erbij.
Onverstand, en het lijkt dat er steeds meer on voorkomt.